We moeten wat meer samen zitten en
afspreken
De tijd dat jongeren voor 't eerst
seksuele voorlichting kregen op 17-18-jarige leeftijd, meestal van de
catecheseleerkracht, is lang voorbij.
Als we lezen dat in 1958 reeds 18 %
van de 18-jarigen (bijna 1 op 5) overging tot seksuele betrekkingen, kunnen
we dat moeilijk toeschrijven aan de schuchtere, stamelende
voorlichtingslessen van de toenmalige godsdienstleerkracht. Ook niet aan de
televisie, want slechts weinig gezinnen beschikten in die tijd over dat
,,huiskamer-binnendringend'' toestel.
In 1993 overschrijdt het percentage van de
seksueel aktieve 18-jarigen reeds de 70 %. Die verschuiving is voor een
groot deel toe te schrijven aan het feit dat heel wat van de 14- tot
16-jarigen al een eerste coïtuservaring achter de rug hebben (Van Hove,
UIA). Nogal wat ouders maken zich daarover zorgen. De voorlichtingslessen op
school zijn talrijker en beter. De meeste ouders zijn daarover tevreden. Zij
zien veel meer de tv als de grote ,,zondebok'': daar wordt open en bloot
getoond en besproken wat er allemaal te beleven valt op het vlak van seks.
Reeds heel wat jonge kinderen weten dat er condooms bestaan en waarvoor ze
dienen.
Veel ouders en opvoeders voelen zich op
drijfzand als het om seksuele opvoeding gaat. Ze voelen zich trouwens op
drijfzand voor heel wat andere opvoedingsaangelegenheden. Blijkbaar zijn de
grote vanzelfsprekendheden in de opvoeding van kinderen weggevallen. Door de
toenemende individualizering worden er heel wat kontaktdraden doorgeknipt.
Mensen staan op hun individuele vrijheid. Ze willen hun kinderen opvoeden
zoals zij dat in hun eigen kleine gezinnetje bedenken, maar moeten dan
telkens opnieuw zelf het warm water uitvinden. En dat is moeilijk.
Vroeger konden ouders en opvoeders
terugvallen op waarden, normen, richtlijnen die door een grote koepel
voorgehouden werden. Voor de meeste Vlamingen was dat de katolieke koepel.
Die koepel is ingevallen. Er blijkt geen grote, ene waarheid meer te zijn.
Het is een tijd van ,,ieder zijn waarheid''. Wat uiteraard veel minder
veilig is.
Mensen die groot werden onder die koepel en
nu zelf voor de opvoeding van kinderen staan, op hun eenzame eentje, zoeken
houvast. Dé koepel die ons allemaal boven het hoofd hangt, tot in de meest
geïsoleerde gezinnen toe, is de televisie. Ouders verwachten daarvan
modellen, richtingwijzers, ook op het vlak van seksuele opvoeding. Tot
ontsteltenis van velen brengt de tv, maar ook de geschreven pers, geen
eenduidig model. De media brengen ,,al wat mogelijk'' is! Nogal wat ouders
en opvoeders reageren verontwaardigd.
Zij vergeten dat de media, zo goed als
zijzelf, kinderen van hun postmoderne supermarkt-tijd zijn. De media
weerspiegelen wat er leeft in onze samenleving. Een programma over orale
seks kan in deze tijd gebracht worden, omdat dit fenomeen zich inderdaad
voordoet! In 1993 beweerde 69 % van de seksueel aktieve jongeren in
Vlaanderen orale seks te hebben gehad met de huidige seksuele partner.
PMS-medewerk(st)ers en ook schoolartsen melden al enige tijd dat leerlingen
in het secundair onderwijs orale seks toepassen, omdat zij denken dat ze op
die manier geen hiv-besmetting kunnen oplopen.
De media zijn van onschatbare waarde op het
vlak van informatie. Zij bereiken een groot publiek in relatief korte tijd.
Zij kunnen moeilijk bespreekbare onderwerpen uit de taboesfeer halen, zoals
onder meer gebeurd is met seksueel misbruik van kinderen.
Informatie is een noodzakelijke, maar
onvoldoende voorwaarde om gedrag aan te leren. Informatie over seksuele
aktiviteiten leidt niet onmiddellijk tot toepassing. Weten is nog niet doen!
Kinderen (en volwassenen) leren van modellen die betrouwbaar overkomen en
waarmee ze emotioneel verbonden zijn: ouders en vrienden/vriendinnen.
Naargelang een kind ouder wordt, zullen de ouders minder invloed hebben in
het voordeel van de peer-group.
Kinderen zullen leren van hun ouders, als
die zelf tevreden en gelukkig zijn met de waarden die zij aanbieden, en als
zij openstaan voor de mening van hun kinderen. Want die brengen nieuwe
elementen aan in het zinstichtend gesprek dat opvoeding is.
Uit het recente boek ,,Tijdsgeest'' van
Mischa De Vreede blijkt dat de vrijheden die de hippies voor zichzelf
veroverd hadden in de zestiger jaren, door hun kinderen niet als vrijheden
werden ervaren. Seksuele aktiviteiten ,,zonder grenzen'' bij volwassenen
kwamen heel beangstigend over bij de kinderen die ze meemaakten. Als alle
grenzen overboord gegooid worden, induceert men angst bij jonge kinderen.
Daarbij komt ook dat seksualiteit iets anders is bij kinderen dan bij
volwassenen. De intussen volwassen geworden kinderen getuigen dat ze geen
houvast kregen van hun ouders. Die waren vooral met zichzelf bezig.
We dienen respekt te hebben voor de
eigenheid, het ontwikkelingsniveau van onze kinderen. We dienen de
ontwikkeling van onze kinderen te ondersteunen door struktuur in te bouwen,
die hen houvast geeft. Dus grenzen trekken. Als zij nooit grenzen ervaren,
die door hun ouders of grootouders getrokken worden, zullen zij zelf ook
geen grenzen trekken. De kontekst waarin we die verwenning tegengaan, dient
er een te zijn van: ,,Ik zie je graag. Ik heb respekt voor je eigenheid,
voor je leergierigheid, maar wil toch vasthouden aan een aantal fundamentele
waarden, zoals respekt voor elke mens, voor zijn intimiteit. En daarom
plaats ik nu een verbodsteken.''
In onze kultuur is cocooning erg in, de
terugtrekking in het veilige nest. De media spelen er op in en tonen en
bespreken alles wat mogelijk is op het vlak van seksuele konsumptie. Mensen
lezen, horen en zien dat graag! De kijkcijfers bevestigen dat. Die
informatie is dus ook beschikbaar voor onze kinderen. We kunnen de televisie
niet meer uit onze wereld bannen. We kunnen onze kinderen wel leren er
kritisch mee om te gaan. We kunnen (en mogen) media-vedetten en journalisten
het zwijgen niet opleggen, maar we mogen hen wel duidelijk maken wat we van
hun boodschappen denken. Zij zijn daar trouwens gevoelig voor: hun
broodwinning hangt er onder meer van af.
We kunnen onze kinderen niet in het
luchtledige opvoeden, want dan snijden we letterlijk hun adem af! De
bevrijding van seksualiteit is een goede zaak. We dienen er wel over te
waken dat die bevrijding ook echt bevrijdend is voor onszelf en onze
kinderen. Daarom moeten we misschien eens wat meer bij mekaar gaan zitten om
konkrete lijnen af te spreken in verband met seksuele opvoeding van
kinderen. Als die lijnen een goed opvoedingsaanbod kunnen betekenen, zullen
de media daaraan wel aandacht besteden. Zij zijn immers geen
,,Fremdkorper''. Zij zijn geen middel, maar een midden, waarin de
werkelijkheid verschijnt. Ook eventueel die van ,,verontruste'' ouders.
Christiane DUMEZ
(De auteur is werkzaam in het Vrij
PMS-centrum Lier.)
|