 |
'De mythe van de Zorgzame Vrouw'
VROUWELIJKE waarden als maatschappelijk
medicijn stelt Stefaan Hublou verrassend in een opinieartikel.
Als Opinie een ,,forum is voor discussie over actuele onderwerpen'', dan
verdient het thema van het seksuele verschil er inderdaad een plaats.
Alleen jammer dat het hele betoog zo oubollig, vol tegenstrijdigheden en
voor mannen en vrouwen tegelijk seksistisch gehouden werd. Een analyse van
het explosieve goedje.
Het stuk begint met een schets van het werkelijk benijdenswaardige
vrouwelijke genie. Vrouwen zijn per definitie empathisch, geweldloos, mens-
en kindgericht, zorgzaam, bronnen van warmte, stilte en vree. Van nature,
natuurlijk. Ze staan dan ook dichtbij de natuur, immer barend en zogend
(gemiddeld 4,2 jaar per kind, volgens Hublou) als ze zijn.
Mannen, zo typeert hij, vergeten hun natuur, zijn machtsgeil, pragmatisch,
staan aan de kant van de ratio, het woord, de (westerse geïndustrialiseerde)
cultuur. Al is hun continu overweldigend testosteron oorzaak van agressieve
impulsen in de wereld.
De maatschappelijke remedie is echter niet veraf, gaat de steeds op studies
gestoelde redenering verder. De talenten en gerichtheden van vrouwen zijn in
de loop van miljoenen jaren ontwikkeld en die vrouwelijke kant moeten mannen
vandaag maar eens gaan ontwikkelen.
Het is zeker zinvol mensen te zien als een combinatie van kwaliteiten die
traditioneel als ,,mannelijk'' of ,,vrouwelijk'' gelden. Een heel leven lang
identificeert men zich met bewonderde mensen (m/v). Hierin ligt juist de
mogelijkheid voor verandering in de maatschappelijke denkbeelden en
structuren. Ook al ontstaan die onvermijdelijk in dialoog met een dosis
overgeleverde ideeën, men is gelukkig niet erfelijk belast met een
,,genie'' van miljoenen jaren.
Het inzicht uit de interdisciplinaire genderstudies (studies over
verschillen tussen de geslachten), dat ,,mannelijkheid'' en
,,vrouwelijkheid'' hun invulling krijgen naargelang van de cultuur waarin je
leeft en tevens bepaald worden door leeftijd, klasse, etnie, enzovoort is
inmiddels in brede wetenschappelijke kringen een vanzelfsprekendheid
geworden.
Uit die overtuiging volgt ook dat studies over de Hopi-stammen ons een en
ander bijbrengen over ... de Hopi-stammen. Wat hen typeert, aanhalen als
algemeen geldend is historisch en antropologisch onhoudbaar. Europeanen,
Afrikaanse pygmeeën en Australische Aboriginals doorstaan de test van de
Morele Moeder-mythe, weten we, geenszins.
Rousseau-achtige bespiegelingen over het ontbreken van huilende kinderen en
wiegendood bij ,,achtergebleven volkeren'' (sic) zijn op zijn zachtst gezegd
sarcastisch en luguber. Sterk geloven in de Zorgzame Vrouw leidt bovendien
tot pacifisme bij de enen en extreem patriottisme en militarisme bij
anderen.
HET zou van intellectuele eerlijkheid getuigen te expliciteren welk
maatschappijbeeld en welke sociaal-economische, ideologische, ecologische en
andere structuren door dit polariseren van Westen versus ,,natuurvolkeren''
en van Man versus Vrouw gediend zijn. Een voetstuk is niets dan een blok aan
de benen. Waartoe een ze-zijn-zo-lief-meneer houding leiden kan, beginnen we
vandaag nog maar te vermoeden.
Datzelfde geldt voor een niet-vloeken-in-nabijheid-van-dames attitude;
Hublou wijst erop dat de aanwezigheid van een vrouw rond de tafel mannen
hoffelijker stemt. Hoffelijkheid is tussen en onder vrouwen en mannen
uiteraard een goede zaak; zolang het niet verdacht veel naar een veredelde
gedoogstrategie ruikt.
Eén vrouw? Is het niet stilaan tijd dat beslissingen op allerlei terreinen
genomen en gedragen worden door een evenredig aantal mannen en vrouwen? Zo'n
constructieve mix van mensen, met wellicht hun eigen verworven accenten, is
alvast een noodzakelijke, geen voldoende, voorwaarde voor de zo gegeerde
democratie.
De tijd is meer dan rijp voor pariteit, zoals Sabine de Bethune, en tal van
vrouwen - en mannen - vóór en met haar voorstellen. Ook al doen sommige
opiniemakers die idee ongenaakbaar af als een ,,zonneslag''. Metereologisch
wishful thinking, on-democratisch doemdenken...
Nathalie DE BLEECKERE
(De auteur is wetenschappelijk
medewerkster aan de Universiteit Gent, centrum voor Genderstudies.)
|