 |
'Vrouwelijke waarden als maatschappelijk medicijn'
| Onze Westerse
samenleving is te sterk op ,,mannelijk'' denken gebaseerd, vindt
historicus Stefaan Hublou. Vandaar de toenemende agressie en
zelfdoding |
DE tragische gebeurtenissen van vorig jaar
samen met de gegevens over zelfdoding (bij volwassenen de belangrijkste
doodsoorzaak!) en de toenemende agressie in het verkeer zetten ons aan het
denken over waarden en geluk.
Naar mijn mening komt veel kwaad voort uit het feit dat deze samenleving in
te sterke mate op ,,mannelijk'' denken en dito waardegevoel gebaseerd is -
prestatie, prestige, hiërarchie, koele efficiëntie, machtsdenken - en te
weinig aandacht schenkt aan vrouwelijke waarden.
Uit de wetenschappelijke arbeid van seksuologen blijkt dat de gemiddelde man
agressiever en impulsiever is dan de vrouw. Voor mannelijke wezens is het
van nature moeilijker om bevrediging, van welke aard ook, uit te stellen.
Onder invloed van het ,,gedrevenheidshormoon'', testosteron, zal de
mannelijke mens sneller nemen wat hij niet krijgt. Geweld is dan niet veraf.
Intussen zijn het mensen van beide geslachten die in toenemende mate aan
zelfdoding doen. Naar oorzaken zoeken is geen gemakkelijke opgave. De snelle
veranderingen in de samenleving van de laatste honderden jaren kenmerken
zich door een explosieve demografische en technologische groei en een
toenemende arbeidsdruk. Natuurvolkeren hadden en hebben een veel rustiger
levensritme.
Dat maakt dat er wrijving ontstaat tussen de natuur van de mens, die onder
meer gericht is op frequent sociaal contact in de intieme en natuurlijke
zin, en zijn hedendaagse leefomgeving die hem niet meer de sensaties van
ruimte, stilte, tijdloosheid en fysieke inspanning kan bieden, eigen aan de
oerlandschappen.
Die spanning is volgens eco-psychologen de oorzaak van de wereldwijde
malaise onder stadsbewoners. Ondanks het bezit van een goede job, een
familiaal leven, een eigen huis, ervaren zij het leven als zinloos. Niet
iedereen grijpt naar drank of drugs, maar velen worden geplaagd door angst,
depressies, apathie en dat draait hoe langer hoe meer uit op geweld en
zelfdoding.
De remedie tegen deze dubbele aggressieproblematiek - geweld naar anderen en
naar zichzelf - zou volgens twee hefbomen kunnen verlopen. Vooreerst lijkt
het evident dat ,,mens'' een werkwoord mag zijn, net als ,,liefde''.
Handenarbeid en intellectuele arbeid behoren tot het dagelijks woordgebruik.
Nochtans lijkt ,,gevoelsarbeid'' een even onvervangbare sleutel om meer mens
te worden of het te blijven.
Het gaat om het beluisteren en plaatsen van eigen verlangens, reacties,
herinneringen en ervaringen. Om het doorleven van gevoelens als lust en
vreugde of angst en pijn. met de bedoeling uit de positieve emoties kracht
te putten en van de gevolgen van de negatieve bevrijd te worden. Vragen als
,,waarom was ik daarnet zo agressief?'' kunnen verhelderend werken als zij
eerlijk en onbevooroordeeld gesteld worden.
OP de tweede plaats is er behoefte aan een nieuwe belangstelling voor
waarden uit de ,,vrouwelijke'' kant van de mens. Mits enig ,,werken aan
zichzelf'' kunnen mannen deze vrouwelijke talenten evenzeer ontwikkelen. Al
gaat het conceptueel om aspecten die aan het vrouwelijk genie toebehoren.
Talenten en gerichtheden die, in termen van recent onderzoek, vaak te maken
hebben met het gelijktijdig functioneren van linker- en rechterhersenhelft
en die in de loop van miljoenen jaren ontwikkeld zijn. Talenten als het
empathische (invoelend vermogen), het geweldloze, het mens-gerichte, het
kind-gerichte, het zorgzame.
Het voorbeeld van de Hopi-stammen, waar de kinderen in een nauwe band met de
moeder worden opgevoed, en als gevolg daarvan vreedzaam ingesteld zijn,
maakt nogmaals duidelijk dat het vraagstuk van het geweld verbonden is met
een gebrek aan vrouwelijk genie.
Oorlogen zijn een exponent van losgeslagen (mannelijke) agressie.
Fundamenteel wil elke mens twee dingen in het leven: meetellen en geliefd
worden. Macht en genegenheid. Ik ben geneigd te denken dat onze
kapitalistische, industriële cultuur de kunst van een leven vanuit de pool
van de (moeder)liefde uit het oog verloren is, daardoor de innerlijke vrede
verloor, en de weg is opgegaan van de rationaliteit, van de drang iets te
betekenen door de macht van het woord. Met verwaarlozing van de wereld van
de moeder, van de menselijke warmte in al haar schakeringen. Van
borstvoeding en een knuffelcultuur voor de allerkleinsten tot solidariteit
met de problemen van de buren.
Zoals een onderzoeker van het Max Planckinstituut op de conferentie The
Mind - Brain Problem aan de KU-Leuven benadrukte: vergeten we niet dat
de affectieve omkadering van het kind de eerste dagen, weken en maanden, met
voortdurend huidcontact, borstvoeding, liefdevolle aanwezigheid en aandacht,
bepalend is voor de vraag of het brein van die persoon goed zal
functioneren, een leven lang.
Zo krijgt een kind een basisvertrouwen mee in het leven. Is het niet
bedroevend dat vele inheemse culturen in Afrika of zoals die van de Inuit
aan deze vereiste beter voldoen dan de ouders in het rijke Westen?
Wereldwijd ligt het moment waarop baby's gespeend worden op 4,2 jaar. Bij de
,,achtergebleven volkeren'' huilen de kleintjes bijna nooit en men kent er
geen wiegendood. In die zin is het een enorme culturele verarming, dat
volkeren wereldwijd naar een hamburgercultuur evolueren, ook al brengt die
materiële rijkdom.
Concrete veranderingen suggereren is moeilijk. Ieder kan de mogelijkheden
daartoe best ontdekken en uitvoeren in zijn eigen situatie. Zoals de zuster
van Loubna Benaïssa het stelde: ,,Als wij ons maar de idee eigen maken dat
kinderen kleine prinsjes en prinsessen zijn, zullen er zich duizenden wegen
aandienen van verandering''.
Evident lijken het ontwikkelen van een cultuur van actief luisteren naar
gevoelens en ideeën van vrouwen en moeders, van het kind ook. En het
ontwikkelen van de empathische talenten in onszelf door middel van
gevoelsarbeid en introspectie.
DIE gevoelsarbeid verloopt voor mannen vlotter als er vrouwen aanwezig zijn.
Zoals iemand met jarenlange ervaring op regeringsniveau het uitdrukt: ,,De
aanwezigheid van een vrouw rond de tafel maakt mannen hoffelijker en scherpt
hun aandacht voor de meer kwalitatieve aspecten van het menselijk bestaan''.
Ook het herstellen van de band met de natuur (landschap, planten en dieren)
en het aldus bekomen van een wereldbeeld dat onze ,,natuurlijke'' kant
integreert in de dagelijkse chaos van het consumentisme, kan heilzaam zijn
bij het voorkomen van destructieve agressieve reflexen.
De geschetste vormen van zelfcultuur, aandacht voor de band tussen natuur en
mens en voor de verschillen tussen mannelijk en vrouwelijk gedrag, lijken
mij van groot potentieel belang voor het ,,vreugdevol overleven'' van het
Westerse individu in zijn samenleving.
Stefaan HUBLOU
(De auteur is licentiaat in de
Geschiedenis.)
|