Vrouw verdient nog steeds minder
BRUSSEL - Gelijk loon voor gelijk werk is
al meer dan twintig jaar een recht van mannen en vrouwen, maar in de
praktijk blijven de verschillen groot. Volgens een recent advies van de Raad
van de Gelijke Kansen verdienen arbeidsters in de industrie gemiddeld een
kwart minder dan hun mannelijke collega's. Vrouwelijke bedienden verdienen
zelfs een derde minder. Minister van Gelijke-Kansenbeleid Miet Smet maakt
morgen op een studiedag bekend wat ze eraan wil doen.
In de afgelopen vijftien jaar hebben de
vrouwen maar vijf procent van hun achterstand ingelopen. Vrouwen verdienen
in sommige industriële sectoren nog veertig procent minder dan mannen. In
de dienstverlenende sector is de kloof minder groot.
Bij de overheid is de situatie niet veel beter. Midden juni 1994 telde de
federale overheid maar acht procent vrouwelijke ambtenaren-generaal. In het
(best betaalde) niveau één was maar een op vijf een vrouw. In de lagere
niveaus stijgt de vertegenwoordiging van vrouwen. Alleen in het niveau 2
plus staan vrouwen hun mannetje.
De loonverschillen geven nog niet de hele
inkomenskloof weer. Vrouwen werken namelijk veel meer deeltijds dan mannen.
De verschillen tussen mannen en vrouwen lopen daardoor weer op. De vol- en
deeltijdse inkomens van vrouwen lagen in 1985 37 procent lager dan die van
mannen. Het percentage steeg tot 42 procent in 1992.
Nochtans verdienen vrouwen in België nog maar zelden minder dan mannen als
ze hetzelfde werk doen. Het probleem is dat mannen en vrouwen meestal niet
hetzelfde werk doen en dat vrouwenwerk in de beroepenhiërarchie
minder wordt gewaardeerd dan mannenwerk. Mecaniciens maken zich vuil en
krijgen daarvoor erkenning. Verpleegsters doen vaak ook vuil werk, maar
worden daarvoor niet gewaardeerd (en betaald).
Minister Smet wil die discriminatie
aanpakken. In de komende maanden zet ze training voor personeelsdiensten,
vakbonden en werkgevers op touw die ondernemingen ertoe moet aanzetten hun
loonsystemen opnieuw te bekijken. Nieuwe loonstelsels moeten de verouderde
en discriminerende ,,functieclassificaties'' vervangen.
Ze antwoordt daarmee op een van de
aanbevelingen van de Raad van de Gelijke Kansen. Die wil daarnaast ook de
obstakels opgeruimd zien die nu processen rond het recht op een gelijk loon
belemmeren. Vrouwen zien vaak op tegen de juridische procedure, waarin ze
zich weinig gesteund voelen. De Raad vraagt ook bijkomend onderzoek over de
plaats van vrouwen op de arbeidsmarkt en inzicht in de loonvorming.
Wim WINCKELMANS
|